Narcose of ruggenprik

Een keizersnede wordt onder verdoving uitgevoerd. Je kunt daarbij vaak zelf kiezen of je onder algehele narcose wilt of dat je een ruggenprik wilt.

Narcose

Omdat de baby zo weinig mogelijk verdovende stoffen binnen moet krijgen, wordt je pas op het allerlaatste moment verdoofd. Je maakt dus alle voorbereidingen op de operatiekamer mee. Als alles klaar is, geeft de anesthesist je de narcose. Via een infuus (een naald in de arm) loopt de vloeistof in je bloed. Je bent snel in slaap en de operatie begint.

Ruggenprik

Als je met een ruggenprik wordt verdoofd, krijg je ook een infuus om vocht en eventueel geneesmiddelen toe te dienen.

  • Voor de ruggenprik zelf moet je op je zij liggen of op de rand van het bed zitten.
  • De anesthesist vraagt je om voorover te buigen en je knieën op te trekken.
  • Dan wordt je rug gedesinfecteerd en de huid verdoofd.
  • Met een naald spuit de anesthesist daarna de verdovingsvloeistof tussen 2 wervels.
  • Je hele onderlichaam en je benen worden gevoelloos.

Geboorte bewust meemaken

Omdat je niet helemaal 'weg' bent, kun je de geboorte van je baby bewust meemaken. Je hoort hem huilen en je kunt hem meteen aanraken. Je baby krijgt bij een ruggenprik minder verdoving te verwerken.

Als een keizersnede spoed heeft, is een ruggenprik niet altijd mogelijk.

 

Narcose of ruggenprik

DELEN